Ronde hangmappen
Digitaal opslaan van documenten: hoe en waarom?
Het papierloze kantoor is er nooit gekomen. Maar met elektronische
archieven kunnen kantoren wel papierarm worden. De voordelen van elektronische
archivering liggen vooral aan de gebruikerskant. Met een 'druk op de knop' komt
alle informatie beschikbaar. Klanten ervaren bovendien dat ze sneller worden
geholpen. In een serie van twee artikelen laat consultant Frits Timmerhuis zien
wat er allemaal komt kijken bij het digitaal opslaan van documenten, en belicht
hij voor- en nadelen.
Bij een elektronische
wijze van archiveren worden de documenten in de vorm van digitale gegevens
opgeslagen op een magnetische of optische drager. Ze zijn te raadplegen via de
aangesloten pc's. Afdrukken op papier worden gemaakt met de printer en zijn
doorgaans natuurgetrouw.
Een elektronisch archief wordt vaak aangeduid met de benaming dis: documentair
informatiesysteem. 'Officieel' valt microfilm ook onder de categorie dis, maar
in de praktijk wordt met dis meestal alleen digitale opslag bedoeld. Een
computerprogramma voor digitale opslag heet een dis-programma. Andere regelmatig
gebruikte benamingen voor een elektronisch archief zijn
documentmanagementsysteem (dms) en 'electronic document management' (edm).
Documenten kunnen op twee manieren in het elektronische archief terecht komen.
De eerste manier is scanning, ook wel 'imaging' genoemd . De documenten worden
met behulp van een scanner (beeldaftaster ter grootte van een klein
kopieerapparaat) omgezet in een digitale gegevens. De gegevens worden doorgaans
als een 'tiff'-document opgeslagen, een 'image' (beeld; plaatje) waarvan de
tekst niet meer gewijzigd kan worden. Doorgaans wordt voor dit soort werk een
scanner met automatische documentdoorvoer gebruikt, waardoor ook het scannen van
een document dat meerdere pagina's telt slechts enkele seconden vraagt. Hierna
vindt echter nog het tijdrovende toekennen van de indexeringskenmerken plaats.
Met name de binnenkomende post wordt op deze wijze gedigitaliseerd, soms ook de
uitgaande post.
De tweede manier doet zich voor in de situatie dat het document al in digitale
vorm bestaat. Het wordt dan vanuit een ander programma overgeheveld naar het
dis-programma ter archivering. Het kan gaan om tekstverwerkingsdocumenten van
uitgaande brieven of intern opgestelde stukken, maar ook om e-mails en faxen.
Bont aanbod opslagschijven
Aan het begin van de jaren tachtig verschenen de eerste systemen voor digitale
opslag. De brochures beloofden een ruimtebesparing van meer dan 95 procent, een
papierloos kantoor en nog veel meer. Meestal ging het om een op zichzelf staand
('stand-alone') systeem. Het bestond uit een scanner, een pc, een printer en een
disk-drive met een optische schijf.
Een voordeel van de 'stand-alone' systemen was hun betrekkelijke eenvoud. De
opgeslagen documenten waren echter slechts op één plaats raadpleegbaar. Ze
werden al snel op opgevolgd door aan het computernetwerk verbonden systemen.
Gelijkertijd ontstond er een bont aanbod van opslagschijven. Ze kwamen in alle
soorten en afmetingen. Een aantal benamingen: beeldplaat, optische schijf, 'optical
disc', dor ('digital optical recording'), draw ('direct read after write'), worm
('write once, read many') en mo (magneto-optische schijf).
Iedere zichzelf respecterende fabrikant hanteerde bovendien zijn eigen
methodieken waardoor van enige standaardisatie geen sprake was. Bovendien
volgden de technische ontwikkelingen elkaar in een razend tempo op.
Wanneer je voor een kapitale som het archief op schijven van 1 GB had vastgelegd
en vervolgens ontdekte dat er alweer goedkopere schijven waren van 10 GB, kon je
toch wel een beetje boos worden. Het maakte veel potentiële gebruikers in ieder
geval kopschuw.
De introductie van de cd-rom (compact disc - read only memory), de door jezelf
beschrijfbare versie van de bekende cd, heeft voor stabilisatie gezorgd.
Eindelijk was er een opslagmedium dat in ieder geval qua formaat redelijk
gestandaardiseerd was. Bovendien hing er een vriendelijk prijskaartje aan. Door
zijn eenmalige beschrijfbaarheid wordt deze cd nu ook in juridische zin als
bewijsmateriaal geaccepteerd. Bij de 'rewritable cd' ligt dit anders. Deze kan
als een floppy worden gewist en opnieuw beschreven. Hij is in principe niet
geschikt voor documenten die worden bewaard om hun juridische bewijskracht, maar
heeft verder veel toepassingsmogelijkheden.
Dikwijls wordt er gebruik gemaakt van een jukebox met enkele tientallen of
honderden cd-rom's, waardoor sprake is van een aanzienlijke opslagcapaciteit.
Ontwikkelingen
Inmiddels gaan de technische ontwikkelingen razendsnel. Tegen de tijd dat u dit
leest is er misschien weer iets heel anders op de markt. Hierbij speelt onder
andere het aspect dat producten voor de consumentenmarkt vaak ook een toepassing
krijgen op kantoorgebied en daar een kostenverlaging veroorzaken.
Zo is er nu ook de dvd, het broertje van de 'digital video disc' die de
videobanden aan het opvolgen is. Ofschoon de dvd hetzelfde formaat heeft als een
cd, is er plaats voor zo'n 6 GB aan informatie, oftewel negen keer zoveel als op
een cd past. Ook van de dvd bestaat zowel een eenmalig beschrijfbare als een
herbeschrijfbare versie.
Verder wordt er gewerkt aan een fmd ('fluorescent multi-layer disc'), ter
grootte van een cd, waar maar liefst 140 GB op kan. De voortdurende
capaciteitswedloop laat zich overigens makkelijk verklaren. Naarmate minder
schijven nodig zijn voor de opslag van het archief, hoeft er bij het raadplegen
ook minder van schijf te worden gewisseld. Het wisselen van schijven in een
juke-box gaat redelijk snel, maar vraagt hoe dan ook altijd wachttijd. Het
handigst is om alles op één schijf te hebben.
Ongeveer gelijktijdig met de opkomst van de cd-rom heeft zich ook een revolutie
voorgedaan in de opslagcapaciteit en aanschafprijs van servers. Deze wijze van
opslag was vanwege de kosten voorheen niet interessant voor bulkinformatie. Een
compleet digitaal archiefbestand kan nu makkelijk op één server snel online
toegankelijk zijn, tegen heel acceptabele kosten.
Verder is er de veelzeggende ontwikkeling dat dis-programma's in toenemende mate
worden geleverd door de grote leveranciers van software als onderdeel van het
totaalpakket. Voorheen had je voor dis-programma's voornamelijk aparte
leveranciers, met hun eigen jaarlijkse dis-beurs. Digitale opslag is nu niet
langer een op zichzelf staande actie vanuit de afdeling archief, maar is als
'documentautomatisering' steeds meer geïntegreerd in de totale automatisering
van een organisatie. Dit geeft onder andere meer garantie dat het dis-programma
aansluit bij de 'hoofdprogrammatuur' van de organisatie. In het hoofdprogramma
aangemaakte documenten worden doorgesluisd naar het dis-programma en vervolgens
digitaal gearchiveerd. Elektronisch archiveren is op die wijze niet langer iets
heel bijzonders, maar gewoon een onderdeel van het dagelijkse werk.
Voordelen
De apparatuurkosten van digitale opslag zijn dramatisch gedaald en vormen
nauwelijks nog een belemmering. Veel organisaties zijn dan ook bezig de meest
gebruikte archiefonderdelen te automatiseren. De belangrijkste argumenten zijn
de handige decentrale raadpleging vanaf ieders pc en de snelle toegankelijkheid.
Het medium waarop de digitale informatie zich bevindt staat nu veel minder in de
belangstelling. De opslag vindt dikwijls eerst gemakshalve plaats op de algemene
server. Vervolgens wordt er meestal toch een aparte server voor het archief
aangeschaft. Zaken die veel aandacht vragen zijn de mogelijkheden van het
dis-programma, het indexeren, het opschonen, het converteren van de papieren
dossiers en de procedures die de compleetheid van het digitale archief moeten
waarborgen.
De voordelen van elektronische archivering liggen vooral aan de gebruikerskant.
Met een 'druk op de knop' komt de informatie beschikbaar. Men hoeft het werk
niet te onderbreken omdat bepaalde gegevens ontbreken of elders gehaald moeten
worden. Meerdere personen kunnen gelijkertijd hetzelfde dossier raadplegen.
De informatie kan in principe op iedere plaats worden opgevraagd, waardoor de
medewerkers niet meer gebonden zijn aan een werkplek of locatie. Het past daarom
uitstekend bij de nu erg populaire filosofie van de flex-plek.
Een ander belangrijk aspect is het klantvriendelijk werken. De klanten ervaren
dat ze sneller, in de eerste lijn, geholpen worden omdat de medewerker achter
zijn pc gelijk over alle informatie beschikt. Informatie die compleet en actueel
is.
En dan is er natuurlijk het voordeel van ruimtebesparing. De kostbare
kantoorruimte die nodig was voor de archiefkasten komt beschikbaar voor andere
doeleinden.
Nadelen
De nadelen liggen vooral aan de beheerkant. Elektronische archivering stelt
hogere eisen dan het beheer van papieren dossiers. De stukken zijn uit zichzelf
niet zichtbaar terwijl het al snel om honderdduizenden documenten kan gaan. Een
goed beheer van de documenten en het indexsysteem is de belangrijkste voorwaarde
voor succes. Anders ontstaat er geleidelijk een chaos.
Van tevoren dient er bij veel dossiers een duidelijke standaardindeling te
komen. Ze kunnen anders na verloop van tijd onoverzichtelijk worden door de
grote hoeveelheid documenten, en daardoor onbruikbaar.
Het tijdrovende opbergen van papieren stukken is bij de elektronische
archivering vervangen door het scannen en toekennen van indexeringskenmerken.
Elk document, hoe onbenullig ook, dient te worden voorzien van een aantal
kenmerken om het terug te kunnen vinden. Het vereist allemaal veel aandacht en
nauwgezetheid. Alle stukken betreffende een zaak zullen steeds hetzelfde
indexeerkenmerk moeten krijgen. Van een brief kunnen verschillende versies
bestaan. Tekeningen worden vaak aangepast. Een polis kan een aanhangsel krijgen
met gewijzigde voorwaarden. Verouderde stukken dienen te worden verwijderd om
het geheel overzichtelijk te houden. Afgesloten dossiers worden verwijderd, of
overgezet naar een ander bestand of een andere informatiedrager.
Verder plaatst een organisatie die overgaat op elektronische archivering zich in
een afhankelijke positie. Bij een storing zijn de archiefdossiers niet meer te
raadplegen. Hierbij zal men wellicht merken dat de belangstellingshorizon van de
leveranciers doorgaans aanzienlijk korter is dan de afschrijvingstermijn van
eenmaal aangeschafte systemen. Apparatuur en software gaan doorgaans niet langer
dan zo'n drie à vijf jaar mee. Daarna heeft men telkens te maken met
vervangingskosten en conversieperikelen.
Naar verwachting zal het aspect 'afhankelijkheid' steeds minder als knelpunt
worden ervaren. Wanneer je thuis al dagelijks zit te surfen op internet, wil je
ook op kantoor gebruik kunnen maken van alle mogelijkheden.
Programmatuur
Geen enkel programma voor archiefautomatisering zal volledig tegemoet komen aan
alle wensen. De neiging om special aanpassingen te laten aanbrengen is dikwijls
groot. De ervaringen wijzen er echter op dat enige terughoudendheid met het
laten maken van speciaal maatwerk wenselijk kan zijn.
Allereerst zijn er natuurlijk de extra kosten. Belangrijker is echter dat
speciale aanpassingen dikwijls ontwerpfoutjes bevatten. Deze kunnen veel
ergernis én veel tijdverlies bij de start van het automatiseringsproject
veroorzaken. Bij de standaardpakketten zijn doorgaans weinig problemen meer te
verwachten, aangezien de kinderziekten er al zijn uitgehaald. Verder zouden de
speciale aanpassingen misschien problemen kunnen geven bij de koppelingen met
andere programma's. Tot slot zijn de dossiers bij een toekomstige overstap naar
nieuwe programmatuur wellicht lastiger te converteren.
Levensduur
Bij digitale opslag is de levensduur van de apparatuur en de informatiedrager
nauwelijks van belang. Tien jaar gegarandeerde levensduur zal in de praktijk
meer dan voldoende zijn. Binnen die periode wordt de informatie vrijwel zeker
een of meerdere keren overgezet op een nieuwer type drager. In de
automatiseringsbranche staat vijf jaar trouwens al gelijk aan een eeuwigheid.
Garanties dat een cd-rom vijftig of honderd jaar meegaat zijn dus eigenlijk
weinigzeggend. Ik sluit niet uit dat er al over zo'n twintig jaar niet eens meer
cd-rom drives in de handel zullen zijn.
Tijdstip van digitale opslag
Afhankelijk van de archiefprocedure kan de digitalisering van een document op
verschillende tijdstippen plaatsvinden. In de ideale situatie worden de
binnengekomen stukken dadelijk na ontvangst ingescand en geïndexeerd.
Vervolgens wordt de post via het computernetwerk, en bij thuiswerkers eventueel
via internet, verspreid naar de behandelaars. Van elk stuk gaat bovendien een
digitale 'kopie' in het centrale elektronische archief.
De papieren stukken gaan in de prullenbak, of worden tijdelijk als
schaduwarchief op eenvoudige wijze op datum in ordners opgeborgen. Er zijn ook
scanners die elk document gelijktijdig op microfilm vastlegt, zodat er ook
zonder papieren stuk een goede juridische waarborg is.
Zo is sprake van een integraal systeem van postregistratie en digitale
archivering. Indien alle binnenkomende documenten van belang op deze wijze
worden verwerkt, en er ook van alle uitgaande post een kopie digitaal wordt
verwerkt, kan er tenslotte sprake zijn van een papierarm kantoor. Uiteraard
dienen in- en uitgaande faxen en e-mails van belang ook in het verhaal te worden
betrokken. De organisatie ontvangt en verzendt papieren stukken, maar de
behandeling en archivering binnen de organisatie zelf gebeurt helemaal digitaal.
Er zijn ook voldoende organisaties die ervoor kiezen de binnengekomen post eerst
in papiervorm af te handelen en pas daarna, eventueel samen met de uitgaande
brief digitaal te archiveren.
Een voordeel hiervan, althans voor sommigen, is dat er met papieren documenten
wordt gewerkt. Ook kunnen stukken nu eerst worden geschoond van overbodig
gebleken documenten of bijlagen, terwijl die bij eerstgenoemde mogelijkheid al
gescand waren en zo voor bestandsvervuiling zorgen. Bovendien kunnen veel
documenten nu als één set worden gescand en van indexeerkenmerken worden
voorzien, hetgeen tijd bespaart.
Daar staat tegenover dat binnengekomen brieven nog steeds zoek kunnen raken en
men geen gebruik maakt van eerdergenoemde integratiemogelijkheden.
Werkstroombeheer
Door het dadelijk inscannen van de ingekomen post is het mogelijk direct vanaf
de werkplek toegang te krijgen tot alle documenten die onder behandeling zijn.
Moest voorheen een document fysiek langs bijvoorbeeld vijf werkplekken om het te
bewerken of te paraferen, nu kan het gedigitaliseerde document eventueel een
vaste route van beeldscherm naar beeldscherm maken, afhankelijk van de procedure
die wordt gevolgd. Zelfs kunnen twee of meer personen gelijkertijd aan een
document werken.
De afhandeling van het proces wordt dan door dit werkstroombeheersysteem
bestuurd en gecontroleerd. Ook kan het systeem signalerend optreden als
bijvoorbeeld behandeltermijnen overschreden dreigen te worden. Het dis-programma
moet hiertoe wel beschikken over modulen voor werkstroommbeheer. Bovendien
dienen de werkprocessen duidelijk te zijn.
Benodigde opslagruimte per document
Gewoonlijk worden de beelden van de gescande documenten automatisch
gecomprimeerd. Dat kan aardig wat opslagruimte schelen.
Een A4-document dat met een fijnheid van 300 dpi is gescand, zal ongecomprimeerd
ongeveer 1 MB groot zijn. Wanneer dit beeld wordt gecomprimeerd volgens de Tiff
groep 4 standaard, de meest voorkomende standaard voor zwart-wit beelden, is de
benodigde opslagruimte te reduceren tot 35 KB. Documenten met illustraties,
logo's en dergelijke zijn doorgaans echter minder te comprimeren en vragen dus
(aanzienlijk) meer ruimte. Dikwijls wordt de vuistregel gehanteerd van 50 KB per
gescand document.
Indien al bestaande digitale gegevens worden overgeheveld naar het dis-programma,
is veel minder ruimte nodig. Ga uit van gemiddeld 20 KB voor een volgetypte
pagina A4. Het kan dus handig zijn uitgaande brieven niet te scannen, maar in
plaats daarvan rechtstreeks digitaal op te slaan. Op deze
tekstverwerkingsdocumenten is echter niet te zien of er een handtekening op de
uitgaande brief stond en zo ja, welke. Indien het gewenst is dat de handtekening
en eventuele andere kenmerken van de uitgaande brief zichtbaar zijn, zou
eventueel toch gekozen kunnen worden voor het scannen van de uitgaande post.
Dossierindeling
Voor omvangrijke soorten dossiers dient van tevoren een standaardindeling te
worden ontworpen. Anders worden ze na verloop van tijd onoverzichtelijk door de
grote hoeveelheid documenten, en daardoor onbruikbaar. Deze belangrijke valkuil
wordt wel eens over het hoofd gezien. De indeling dient indien mogelijk ook
zodanig te zijn, dat dossiers op een gegeven moment met een 'druk op de knop'
kunnen worden gesaneerd. Dikke papieren dossiers kunnen eventueel nog vrij
makkelijk worden doorgebladerd, terwijl bij een elektronisch archief de
verschillende documenten stuk voor stuk op het beeldscherm worden opgeroepen.
Dat doe je niet lang voor de lol.
Het maken van een bruikbare standaardindeling vraagt alle aandacht. Deze klus
kan doorgaans beter worden uitgevoerd door iemand met een archiefachtergrond.
Iedereen moet er eigenlijk moeiteloos mee overweg kunnen. Probeer hem vooral zo
duidelijk en eenvoudig mogelijk te houden.
In het tweede deel van dit artikel, dat volgende week verschijnt, komen onder
meer aan de orde: vertrouwelijke stukken, juridische bewijskracht, fiscale
eisen, duurzaamheid en randvoorwaarden van digitale opslag.
Bron: Computable 2 maart 2001, nr. 9
Dit artikel is een voorpublicatie uit Handboek
Documentmanagement van Frans Timmerhuis, dat in mei 2001 verschijnt. Uitgeverij
Elmar.
ISBN 90-389-1154-8,
Prijs f 39,50.
Juridische bewijskracht elektronisch
opgeslagen documenten is zwak
Het dossier is overal
De elektronische archivering zal de komende jaren waarschijnlijk een hoge
vlucht nemen. Met name de snelle, niet locatiegebonden toegankelijkheid biedt
grote voordelen. Maar hoe ga je om met vertrouwelijke stukken, wat is de
juridische bewijskracht van digitale documenten, en wat zijn de fiscale eisen?
In dit tweede deel gaat Frits Timmerhuis onder meer in op deze aspecten, en
belicht hij de randvoorwaarden bij digitale opslag.
Bij elektronische dossiers zijn de stukken veel
toegankelijker dan bij een papieren archief. Ze zijn op ieder aangesloten
beeldscherm te raadplegen. In het geval van papieren dossiers moet iemand
letterlijk over de drempel heen om in de kasten met mappen te kunnen kijken.
Over het aspect 'vertrouwelijk' wordt echter heel verschillend gedacht. Zo is
het interessant te zien dat bij sommige organisaties alle binnenkomende post met
het opschrift 'persoonlijk' of 'vertrouwelijk' ongeopend naar de geadresseerde
gaat, terwijl er ook voldoende bedrijven zijn waar eenvoudigweg alles wordt
geopend.
Ten aanzien van de elektronische archivering zijn er grofweg twee mogelijkheden.
Bepaalde soorten stukken, waarvan een duidelijke lijst dient te komen, krijgen
de beveiliging 'vertrouwelijk'. Alleen degenen die daartoe geautoriseerd zijn
kunnen de inhoud van deze stukken op hun beeldscherm bekijken. Veel programma's
voor elektronische archivering bieden tevens diverse specifieke beveiligingen,
zoals 'personeelszaken' en 'directiezaken'.
Een andere benadering gaat ervan uit dat alles als vertrouwelijk is te
beschouwen en dat van de medewerkers die in de elektronische dossiers kunnen
kijken mag worden verwacht dat ze zorgvuldig met de informatie omgaan. In de
praktijk raakt iedereen die bij een organisatie gaat werken, ongeacht de
positie, al snel op de hoogte van allerlei zaken. Het is binnen de kortste keren
niets bijzonders en dus niet interessant meer. Waarom moeilijk doen over
beveiliging als het misschien niet nodig is? Het toevoegen van beveiligingen kan
juist de nieuwsgierigheid wekken. Anderzijds bestaat de kans dat ook allerhande
gewone stukken ten onrechte van een beveiliging worden voorzien en vervolgens
voor bijna niemand toegankelijk zijn.
Uiteraard ligt het voor de hand bepaalde typen gevoelige dossiers, zoals
personeeldossiers, toch af te schermen met een beveiliging.
Juridische bewijskracht
Alleen documenten, opgemaakt door of ten overstaan van een openbaar ambtenaar,
hebben een gegarandeerde bewijskracht. Voor alle andere documenten geldt dat het
aan de rechter is daaraan bewijskracht te ontlenen. Met de handtekening van
gescande documenten is, net als bij een fotokopie, uitstekend te sjoemelen. De
juridische bewijskracht van elektronisch opgeslagen stukken is in principe dus
vrij zwak.
De beste garantie geeft een opslagmedium waarbij de informatie in ieder geval
niet meer gewijzigd kan worden, zoals de worm-schijf en de éénmalig
beschrijfbare cd-rom. Desondanks gebruiken de meeste organisaties nu een server
voor de opslag van het elektronische archief, vanwege een steeds grotere
opslagcapaciteit, dalende aanschafprijs en snelle toegankelijkheid.
Voor de juridische problematiek zijn er drie oplossingen mogelijk.
Neem bewust een risico en bewaar alle documenten slechts in digitale vorm. Er
zijn organisaties die zo werken en ervan uitgaan dat het met de financiële
risico's rond het verliezen van een rechtszaak wel zal meevallen. Doorgaans
staat een ondertekend document niet op zich, maar is deze onderdeel van een hele
geschiedenis. Bovendien wordt het mogelijke financiële risico gecompenseerd
door de besparing op arbeidsloon en kantoorruimte, doordat er geen papieren
stukken meer opgeborgen en bewaard hoeven blijven.
Een tweede oplossing betreft het handhaven (naast het elektronische archief) van
de papieren dossiers, met daarin alleen de juridisch belangrijke stukken, zoals
contracten en ondertekende akkoordverklaringen. Vanwege de ordening van de
dossiers zijn deze stukken altijd weer terug te vinden, wat er ook met het
elektronische archief gebeurt. Een duidelijk nadeel is dat er een papieren
archiefsysteem in stand blijft met dikwijls toch nog een flinke omvang, doordat
de mappen zelf ook ruimte innemen.
De derde mogelijkheid is om de juridisch belangrijke stukken op te bergen in
ordners, op volgorde van scandatum. Hierbij fungeert het elektronisch archief
als index: eerst zoek je het digitale document op, en vervolgens het papieren.
Het voordeel is dat er een compact en geleidelijk groeiend bestand van ordners
ontstaat, dat slechts een fractie van het archiefbestand inneemt als bij de
hierboven beschreven oplossing. Het nadeel is dat de papieren stukken alleen
maar zijn te vinden, zolang de elektronische variant beschikbaar is.
Fiscale eisen
Digitaal opgeslagen documenten van administratieve aard dienen acceptabel te
zijn voor de belastingdienst. Voor bedrijven en instellingen bestaat de
wettelijke verplichting de administratie zeven jaar zodanig te bewaren dat een
belastingcontrole ervan binnen een redelijke termijn kan worden uitgevoerd. In
oktober 1999 heeft de belastingdienst de brochure 'Uw geautomatiseerde
administratie en de fiscale bewaarplicht' gepubliceerd. Hieronder volgt een
greep uit de inhoud.
In principe moet u de gegevens bewaren in de vorm waarin ze deel zijn gaan
uitmaken van de administratie. Van bijvoorbeeld een ontvangen factuur moet dus
het papieren origineel worden bewaard. Ook gegevens die u in een bepaald
computersysteem invoert, moeten in principe in dat computersysteem bewaard
blijven.
Onder bepaalde voorwaarden is het echter toegestaan de gegevens op een andere
manier op te slaan. Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer u gegevens overzet op
een ander computersysteem, papieren documenten inscant of gegevens overzet op
microfiche.
Deze voorwaarden zijn: u zet alle gegevens inhoudelijk juist over. U zorgt
ervoor dat de nieuwe gegevensdrager tijdens de hele bewaartermijn beschikbaar
is. U kunt de overgezette gegevens binnen redelijke termijn (re)produceren en
leesbaar maken. U zorgt er ten slotte voor dat een controle van de overgezette
gegevens binnen redelijke tijd kan worden uitgevoerd.
Indien aan de bovengestelde voorwaarden is voldaan, hoeft u de originele
gegevens niet te bewaren. Alleen de balans en de resultatenrekening moet u
altijd op papier bewaren.
In principe is het niet toegestaan computerbestanden af te drukken om vervolgens
de digitale gegevensbestanden te verwijderen. Alleen als de administratie van
geringe omvang is, zodat een controle van de afgedrukte bestanden binnen
redelijke termijn kan worden gedaan, mag u de digitale gegevensbestanden
verwijderen. Hierover dient eerst contact te worden opgenomen met de
belastingdienst.
Dit leidt tot de volgende conclusie. Als een document volledig inhoudelijk en
met behoud van de uiterlijke kenmerken wordt gedigitaliseerd, mag de digitale
'image' in plaats van het originele document worden bewaard. Wanneer er slechts
sprake is van het in de administratie invoeren van documentgegevens, zoals het
inboeken van een ingekomen factuur, moet het originele papieren document echter
wél bewaard blijven.
Duurzaamheid
Momenteel is er veel aandacht voor digitale duurzaamheid. Hoe valt te garanderen
dat digitaal opgeslagen gegevens ook over twintig jaar nog leesbaar zijn? Het is
een dankbaar onderwerp voor tal van seminars en workshops, waarin doorgaans het
belang van een zorgvuldige conversieprocedure wordt benadrukt.
Digitale opslag is per definitie echter nìet duurzaam. Het is inherent aan het
medium. Probeer maar eens een disk-drive te vinden waar nog een 5¬ inch
diskette in past. Doordat gedigitaliseerde documenten alleen zichtbaar zijn met
de juiste, bij elkaar passende apparatuur en programmatuur, én door de
voortdurende opeenvolging van nieuwe hard- en software, met telkens de noodzaak
van conversie, komt er een moment dat documenten om de een of andere reden niet
meer te raadplegen zijn. Iedereen maakt op zijn tijd fouten, dus ook bij een
conversie. Of er zijn alweer vijf nieuwe versies geweest van de 'retrieval'-software
en de gebruiker heeft toevallig de laatste twee gemist.
Het is zinvol te beseffen dat er binnen de organisatie en het management nu
misschien veel aandacht is voor de aspecten digitale duurzaamheid, conversies en
dergelijke, maar dat dit in de toekomst misschien anders kan liggen. Het goed
doortimmerde rapport met voorschriften ligt dan wellicht onder in de bureaulade
van een opvolger te verstoffen.
Niemand zal dus kunnen garanderen dat opgeslagen gegevens over twintig of dertig
jaar nog allemaal leesbaar zijn. In dit opzicht wekt de term 'digitale
duurzaamheid' zelfs valse verwachtingen.
Digitale opslag leent zich dan ook met name voor stukken die hoogstens zo'n tien
jaar blijven bewaard. In die periode vindt slechts een beperkt aantal conversies
plaats, zodat het risico beperkt blijft. Voor lang te bewaren documenten is
eigenlijk alleen een 'hard copy' op papier of microfilm verantwoord. Tenzij er
heel bewust een risico wordt genomen.
Conversie papieren dossiers
Wat gaat er na de start van de elektronische archivering gebeuren met het
huidige papieren archief? Afhankelijk van waar de prioriteit wordt gelegd, zijn
er drie mogelijkheden.
Niet scannen. Er wordt een duidelijke datum vastgesteld tot wanneer
stukken zijn te vinden in het papieren archief. Alle documenten vanaf die datum
zitten in het elektronisch archief. Men neemt de mogelijke hinder voor lief met
de gedachte dat de papieren dossiers steeds minder nodig zullen zijn.
Het voordeel ligt op financieel gebied. Er is geen kostbare conversieoperatie
nodig.
De nadelen zijn dat er nog jarenlang met twee archiefsystemen wordt gewerkt, het
huidige papieren archief al die tijd in complete vorm gehandhaafd moet blijven
en het nieuwe elektronische archief de eerste tijd uit vrijwel lege mappen zal
bestaan, hetgeen doorgaans niet bevorderlijk is voor de acceptatie door de
organisatie.
Gefaseerd scannen. De huidige papieren dossiers worden niet allemaal
ineens gescand, maar bijvoorbeeld op het moment dat een dossier na raadpleging
weer moet worden opgeborgen. Er zou een medewerker speciaal met deze klus belast
kunnen worden, zodat het de overige werkzaamheden niet doorkruist. Na verloop
van tijd zijn de meeste dossiers op deze wijze verwerkt en kan de rest worden
aangepakt.
Het voordeel is dat er geen grote scanoperatie nodig is, terwijl het papieren
archief toch langzamerhand gaat verdwijnen. Het nadeel is een jarenlange
onduidelijkheid over waar een dossier is te vinden: elektronisch of in het
papieren archief. Die onduidelijkheid zal de acceptatie van het elektronisch
archief niet bevorderen.
Volledig scannen. Dit is hoe dan ook een zeer arbeidsintensieve klus. Na
afloop is er echter een compleet elektronisch archief waardoor de huidige
papieren dossiers naar het statisch archief (en vervolgens de prullenbak) kunnen
en de ruimte beschikbaar komt voor andere doeleinden.
Een mogelijk struikelblok vormen de hoge personeelskosten van deze klus. Per
document is dit niet alleen de tijd van het scannen zelf (enkele seconden), maar
ook het voorafgaand opschonen van dossiers, het verwijderen van nietjes en
paperclips, het eventueel opplakken van kleine briefjes, het bijstellen van de
apparatuur bij moeilijk scanbare documenten én het tijdrovende toekennen van de
indexeringskenmerken. Bovendien moet er rekening mee worden gehouden dat degenen
die dit doen niet continu zullen werken, maar ook af en toe een kop koffie
drinken en een praatje maken en naar het toilet gaan. De conversiekosten vallen
doorgaans hoger uit dan de aanschafkosten van de nieuwe apparatuur en software.
Dikwijls is het raadzaam de documenten niet ieder apart te scannen en te
indexeren, maar zoveel mogelijk tezamen als één document. Anders kan het
verwerken van elk dossier meerdere uren vergen. De stukken worden bijvoorbeeld
onder de verzamelnaam 'conversiedocumenten' als één document elektronisch
gearchiveerd. Er is dan wel het nadeel dat men bij het weer opzoeken van een
bepaald stuk vaak eerst allerlei andere documenten moet doorbladeren.
Aanpak
Archiefautomatisering wordt doorgaans gekenmerkt door een veelvoud aan kleine
details en kleine problemen, zowel computertechnisch, archieftechnisch, als in
de organisatorische sfeer. Wanneer er in het begin te veel hooi op de vork wordt
genomen is de kans op mislukken reëel aanwezig.
Meestal gaat de voorkeur uit naar een fasegewijze aanpak, waarbij stap voor stap
ervaring wordt opgedaan die nodig is voor de volgende fase. Elke fase krijgt een
duidelijke startdatum en duurt niet langer dan noodzakelijk. Hierbij is het
raadzaam te beginnen bij een duidelijk afgebakend archiefonderdeel. Bij voorkeur
een bestand waarvan de dossiers relatief eenvoudig van opzet zijn en vaak worden
geraadpleegd.
Randvoorwaarden
Aan het succesvol opzetten van een elektronisch archief is een aantal
belangrijke randvoorwaarden verbonden, die hieronder volgen.
Met name in de beginfase staat de ict-afdeling voortdurend 'stand-by' in verband
met mogelijk problemen.
Minimaal twee snelle doorvoerscanners worden aangeschaft, waarvan één voor
permanente 'stand-by'. De eenvoudige 'flatbed' scanners, die tegenwoordig haast
niets meer kosten, zijn voor dit soort toepassingen af te raden. Ze werken
omslachtiger en zijn eigenlijk alleen geschikt voor incidenteel gebruik. Voor
een conversieproject zijn meestal extra scanners nodig.
De aanschaf van 19- of 21-inch beeldschermen zijn noodzakelijk voor degenen die
worden belast met het elektronisch archiveren. Dikwijls moeten op het scherm
verschillende documenten met elkaar worden vergeleken.
De lijnverbindingen hebben voldoende capaciteit. Een digitaal dossier neemt veel
geheugenruimte in beslag en vergt dus het nodige van een lijnverbinding. Er moet
worden voorkomen dat gebruikers 'eindeloos' moeten wachten voor de documenten op
hun beeldscherm verschijnen.
Er is voldoende opslagcapaciteit voor de eerstkomende tijd. Wellicht is al
dadelijk een aparte server noodzakelijk.
Vanaf de start vindt dagelijks een 'back-up' plaats, die wordt opgeslagen in een
brandvrije database.
Van meet af aan zijn er voldoende aansluitingen om mogelijke frustraties bij de
gebruikers te voorkomen.
Dikwijls is er een onderscheid tussen 'dedicated' en 'concurrent' licenties. Bij
een 'dedicated' licentie is sprake van een één-op-één situatie. Met name bij
degenen die worden belast met het elektronisch archiveren is dit type
aansluiting vereist. Bij een 'concurrent' licentie is het aantal gelijktijdige
gebruikers beperkt tot het aantal licenties. Als vijf 'concurrent' licenties
gelijktijdig werken zal nummer zes moeten wachten tot één van de vijf andere
gebruikers de toepassing afsluit.
Er is voldoende budget voor het inrichten van een professionele organisatie die
de post scant, indexeert, verspreidt en elektronisch archiveert. De aanschaf van
de benodigde hard- en software alleen is niet voldoende. Het aan te schaffen
dis-programma is slechts een geavanceerd stuk gereedschap. De elektronische
postverwerking en archivering zal doorgaans meer aandacht en tijd vergen dan de
papieren situatie. Dikwijls is de aanstelling van een archivaris aan te bevelen,
mede met het oog op verdere uitbreidingen van het elektronische archief.
Er wordt een 'supergebruiker' aangesteld, bij voorkeur de archivaris, die als
taken krijgt: nieuwe gebruikers op het systeem toegang verlenen; het toekennen
van wachtwoorden; beheer van de indextools; het in de gaten houden van de
beschikbare opslagcapaciteit, en het aanmaken van nieuwe elektronische
archiefkasten.
Tot slot is er voldoende aandacht voor de instructie van de gebruikers van het
elektronisch archief.
Het eerste
deel van dit artikel verscheen in Computable van 2 maart.
Voor- en nadelen verschillende
achiveringsmedia
Voordelen papier
- met het blote oog leesbaar
- prettig leesbaar
- snel door te bladeren
- meerdere documenten vergelijken gaat makkelijk
Nadelen papier
- neemt veel ruimte in
- papier is relatief zwaar
- slechts op één plek raadpleegbaar
Voordelen microfilm
- ruimtebesparing van meer dan 90 %
- gestandaardiseerde formaten
- eenvoudig principe
- door geringe omvang is opslag in brandwerende kast mogelijk
Nadelen microfilm
- ouderwets imago
- het op microfilm vastleggen van een archiefbestand is erg
arbeidsintensief
- het opzoeken van op microfilm vastgelegde stukken vraagt doorgaans veel
tijd
Voordelen digitale opslag
- vanaf elke werkplek snelle toegang tot de dossiers
- bij dadelijke scanning van de ingekomen brieven heeft men complete en
'up-to-date' dossiers
- ruimtebesparing van meer dan 90 %
Nadelen digitale opslag
- organisatorisch gecompliceerd
- afhankelijkheid van programmatuur en apparatuur
- periodieke vervangingskosten
- eventuele conversiekosten bij inscannen van een al bestaand papieren
archiefbestand
- minder geschikt voor lang te bewaren documenten
Bron: Computable 9 maart 2001, nr. 9
Dit artikel is een voorpublicatie
uit Handboek Documentmanagement van Frans Timmerhuis, dat in mei 2001
verschijnt. Uitgeverij Elmar.
ISBN 90-389-1154-8,
Prijs f 39,50.
